Liefde in tijden van ijzererts

Doesburg – Ik zag ze pas later. Het was donker op het terrein van de betoncentrale. Op de parkeerplaats stond een camper. Een rode, waarin een man en een vrouw naar het flikkerende scherm van een televisie keken. 

Pensionados achter hun mobiele geraniums. Het vroor, op de ruiten lag een laagje ijs. In de passantenhaven dobberde het ponton met het toiletblok zachtjes op het water.

Iets verder stond de hijskraan. In een vorig leven verloste hij schepen van hun stenen ingewanden. Nu was hij met pensioen. Stalen poten. De trappetjes met platen bedekt om te voorkomen dat iemand naar boven zou klimmen. 

Geparkeerde auto

Pas toen zag ik beweging in een geparkeerde auto. Zij deed even het portier open en gooide iets naar buiten. Toen sloot ze de deur en keken ze stil voor zich uit in de donkere auto. Hij achter het stuur. Zij ernaast.

Ze hadden de motor niet aan. Bevroren plassen kraakten als ik mijn voeten er opzette. Ze keken uit op de ijzergieterij aan de overkant van het water. De herfst had de bomen van hun bladerjas ontdaan waardoor het donkere skelet van de gieterij erachter zichtbaar was. 

Af en toe lichtte het oranje op achter de ramen van het gebouw als het ijzererts ratelend in de smeltoven werd geschept.

Zwart stof

Ooit had ik als journalist voor een krant onderzoek gedaan naar de gieterij na aanhoudende klachten van omwonenden over zwart stof en geluidsoverlast. 

De directie had geweigerd me te woord te staan. Door toeval werd ik enige tijd later als omwonende uitgenodigd voor een bezoek.

De werkomstandigheden tartte iedere beschrijving. Mannen, waarvan het haar, het gelaat en de handen waren bedekt met een laag zwart gruis, schepten zonder enige vorm van bescherming ijzererts in het vuur. Het was hier dat Dickens zijn inspiratie vond.

Dickens

Het toenmalige stadsbestuur had laten weten dat er overlast was, maar dat de gieterij nu eenmaal werk verschafte aan de laagst opgeleiden. Het IJsselstadje kampte met een bovengemiddelde werkloosheid.

Het eeuwige dilemma. Op de werkvloer had ik desalniettemin niemand aangetroffen die Nederlands sprak. “Denk je dat ik dáár aan het werk ga?”, had een lokale werkloze me destijds ongelovig gevraagd.

Enfin.

Na de hijskraan werd het heel donker. Rechts stonden de vervallen gebouwen van de betoncentrale te wachten op iemand met plannen. Vooralsnog had alleen de natuur plannen; wilde struiken namen het gebouw langzaam in bezit.

Beschaving

Rechts schommelde een houten schip op het hoge water. In de zomer vaart het mensen naar Doetinchem en verhaalt over de tijd dat mensen nog in houten schepen voeren. Nu zat het net als de hijskraan zonder werk.

Voorbij de gebouwen kwamen de lampen van de kade in zicht. Rechte witte lampen keurig in het gelid. Hier begon de beschaving.

Aan de overkant van de IJssel de heuvels van de Posbank, door het donker aan het zicht ontrokken.

De ganzen scheerden onheilspellend over het donkere water. Op herfstdagen rusten de wolken uit op de heuvels. Samen vormen ze bergen. Het landschap ziet er anders uit als je het gevoel hebt door bergen omringd te zijn.

Papklok

Ik draaide om de vervallen gebouwen, hier en daar een gladde plas ijs ontwijkend. In de verte sloeg een portier. Ter hoogte van het parkeerterrein zag ik dat het meisje was uitgestapt. De papklok sloeg negen maal het uur.

Even later klom een slungelige jongen aan de andere kant uit de auto. Hij bleef besluiteloos staan. Het meisje was inmiddels van de auto weg gelopen. “Kom terug!”, zei de jongen met boze stem.

Het meisje haalde haar schouders op en liep door. “Hier komen of ik maak je dood”, riep de jongen die zich nog altijd niet had verroerd.

Het meisje liep langzaam in de richting van de stad. Niet eenmaal draaide ze zich om. Misschien verkoos ze de dood boven een slungelige jongen in een koude auto.

Tekst: Anneke de Bundel – Beeld: Nick Fewings | Unsplash

Meer over de Doesburg? Lees ook:

Meer columns? Lees ook:

Share at:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Omdat je van verhalen houdt…

Omdat je wel wil lezen, maar niet steeds wil kijken of er al een nieuw verhaal is. Laat je e-mail achter en je krijgt een nieuw verhaal gewoon in je brievenbus.